governance | sponsoren | vacatures | contact | intranet
Sponsoren
Landgoed de Wilmersberg
Military Boekelo
OAD Reizen
URENCO
Februari
van Bach tot Accordeon
delen

van Bach tot Accordeon

J.C. Bach (1735-1782) Symfonie voor dubbel orkest in Es gr.t.
M. Åm (1952- ) Concert voor accordeon en orkest (Nederlandse première)
W.A. Mozart (1756-1791) Symfonie nr. 39 KV 543

Dirigent Jan Willem de Vriend
Solist Geir Draugsvoll, accordeon

Het concert op 2 februari is tevens het openingsconcert van het Accordeon Festival Deventer.

Van Bach tot Accordeon

De accordeon hoort thuis in de concertzaal. Dat bewijst de Noorse accordeonist Geir Draugsvoll keer op keer met zijn enorme repertoire dat reikt van bewerkte Bach-composities tot wereldpremières van stukken die speciaal voor hem worden geschreven. Met het eerste concert in deze concertserie opent het orkest samen met Draugsvoll het Accordeonfestival in Deventer.

Chef-dirigent Jan Willem de Vriend trekt al jaren internationale aandacht met zijn Mozart-interpretaties, zowel in operahuizen als in concertzalen. Dit seizoen voert hij met zijn eigen orkest de vier laatste symfonieën van Mozart uit. In dit programma staat nummer 39, de tweenalaatste op de lessenaars.

 

Bekijk hier de programmaflyer

 

Mozarts laatste symfonieën
delen

Mozarts laatste symfonieën

W.A. Mozart (1756-1791)
Symfonie nr. 39 KV 543
Symfonie nr. 40 KV 550
Symfonie nr. 41 KV 551 'Jupiter'

Dirigent Jan Willem de Vriend

Mozarts laatste symfonieën

De drie laatste symfonieën van Mozart in één programma. Een groter genoegen voor de liefhebbers van pure schoonheid is haast niet denkbaar. Zeker niet in de wetenschap dat het (her)ontdekken van Mozarts klankwereld een van de specialismen is van chef-dirigent Jan Willem de Vriend.

Mozart schreef zijn laatste drie symfonieën in de zomer van 1788, nagenoeg achterelkaar, in een paar weken tijd. Misschien bedoeld als (drie)eenheid, misschien ook niet. Wat telt is het scala aan stemmingen dat Mozart schijnbaar achteloos tevoorschijn tovert in zijn dansante 39e, melancholische 40e en magistrale 41e symfonie (‘Jupiter’) en waarmee hij luisteraars al ruim twee eeuwen verbijstert en ontroert.

 

Stabat Mater
delen

Stabat Mater

Antonín Dvorák Stabat Mater

koorbegeleiding Euterpe Toonkunstkoor

Dirigent Frank Deiman

Sopraan Ruzanna Nahapetjan
Alt Carina Vinke
Tenor Marten Smeding
Bas Marc Pantus

Orgel Gijs van Schoonhoven

Kaarten zijn te bestellen via de koorleden, de VVV Deventer en boekwinkel Colmschate.
Voor de concertflyer klik hier.

 

Sandra van Megen zingt Hildegard Knef  i.s.m. Thijs van Leer en Sinfonietta Aurora
delen

Sandra van Megen zingt Hildegard Knef i.s.m. Thijs van Leer en Sinfonietta Aurora

Sandra van Megen i.s.m. Thijs van Leer en Sinfonietta Aurora

Muzikaal eerbetoon aan Hildegard Knef


Na een leven vol hartstocht, emotie en nostalgie stierf tien jaar geleden Hildegard Knef, één van Duitslands grootste diva’s. Ze stond bekend om haar vrijgevochten karakter, sterke persoonlijkheid die samen de basis vormden voor haar prachtige teksten. Deze legendarische Berlijnse actrice, zangeres en schrijfster, van o.a. de autobiografische bestseller ‘Der geschenkte Gaul’, krijgt een muzikaal eerbetoon.

Sandra van Megen zingt dit eerbetoon aan Hildegard Knef in samenwerking met het orkest Sinfonietta Aurora, dat deel uitmaakt van Het Nederlands Symfonieorkest aangevuld met een jazzcombo onder leiding van Rob Horsting en met als speciale gast Thijs van Leer. Met vaardige hand arrangeerde Jos Pijnappel speciaal voor deze voorstelling de muziek van Knef op een manier die recht doet aan nummers zoals ‘Koffer aus Berlin’ en ‘Rote Rosen’. Sandra van Megen, met haar veelzijdige stemgeluid en haar inlevingsvermogen, voert het publiek mee naar het Berlijn van de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw.

Gastartiest: Thijs van Leer
Dirigent en arrangeur: Jos Pijnappel

Voor het bestellen van kaarten klik op: http://www.wilminktheater.nl/nl/voorstellingen/voorstelling.shtml?id=15616&langcode=nl

 

Serenade
delen

Serenade

Dvorák (1841-1904) Serenade voor blazers
N. Rota (1911-1979) Divertimento Concertante voor contrabas en orkest
W.A. Mozart (1756-1791) Serenade nr. 9 KV 320 'Posthoorn'

Dirigent Jacob Slagter
Solist Erik Olsman, contrabas

Serenade

Nino Rota schreef de filmmuziek bij ‘The Godfather’ en een groot aantal Fellini-films. Maar dat hij in eerste instantie klassiek componist (opera’s, symfonieën, soloconcerten), dirigent en conservatoriumdirecteur was weet bijna niemand. In zijn ‘Divertimento concertante’ voor contrabas en orkest toont hij zowel zijn compositorische vakmanschap als zijn ideeënrijkdom. Solist is Erik Olsman. Hij is sinds augustus 2010 aanvoerder contrabas bij het Orkest van het Oosten; tot die tijd was hij werkzaam bij het Radio Filharmonisch Orkest. Tevens is hij verbonden aan het Nederlands Blazers Ensemble en regelmatig gastspeler bij het Combattimento Consort.

Jacob Slagter maakte als hoornist jarenlang deel uit van het Koninklijk Concertgebouworkest maar richt zich (net als zijn generatiegenoot en oud-collega Jaap van Zweden) inmiddels helemaal op het dirigeren. Met Dvoráks Blazersserenade en Mozarts Posthoornserenade kiest hij voor twee evergreens uit het repertoire.

 

Rachmaninoff 2
delen

Rachmaninoff 2

H. Berlioz (1803-1869) Ouverture Les Francs-Juges
R. Strauss (1864-1949) Vier letzte Lieder
S. Rachmaninoff (1873-1943) Symfonie nr. 2

Dirigent Mark Shanahan
Solist Barbara Haveman, sopraan

Rachmaninoff 2

Vaste gastdirigent Mark Shanahan en laatromantisch repertoire: in de afgelopen seizoenen is dat bij het Orkest van het Oosten steeds een gouden combinatie gebleken. Vandaar dat Shanahan terugkomt met een paar parels uit dit genre in zijn bagage.

Later dan laatromantisch kan haast niet, als het gaat om de ‘Vier letzte Lieder’ van Richard Strauss. De 84-jarige symfonische en operagrootmeester schreef deze orkestliederen in 1948, in een tijd dat zijn muzikale taal zo goed als uitgestorven was.

De Nederlandse sopraan Barbara Haveman, die eerst aan de Weense Staatsopera furore maakte en daarna pas in Amsterdam debuteerde, zingt de uitdagende en dankbare solopartijen.

Ook Rachmaninoff hield tot aan zijn dood in 1943 vast aan zijn eigen laatromantische stijl, die hij ook hanteerde toen hij aan het begin van de 20ste eeuw zijn tweede symfonie schreef. Het leverde hem de geuzentitel ‘de laatste romanticus’ op, en het nageslacht een rijke erfenis aan originele en toegankelijke composities.